teksten

Article by Nancy Campbell

Beyond the Margins

The Yeats Sisters Press

Private presses Nancy Campbell tours the Netherlands to find the cream of its printmaking artists and its numerous active printing studios.

Water is a recurent image in the work of Noor van der Brugge, who runs The Yeats Sisters Press. ‘I take the train to visit het Utrecht studio, following the route of the Amsterdam-Rijn Canal, a journey that inspired one of van der Brugge’s books. ‘Vice Versa is a collection of ships’ names. I was teaching in Amsterdam, so I went there three times a week. In january I decided I would note down the first ship I saw from the train each day, along with the time and the weather. I collected these these notes for the rest of the year. It became a moment of reflection.’ Vice Versa is a long book, bound in landscape format, so that it resembles the barges that drift along the canal. Although the information provided is minimal and purely typographic, few words create a concrete poem in a manner reminiscent of Ian Hamilton Finlay’s work. Van der Brugge had been printing for some time before the growing use of text in het work led her to investigate letterpress. ‘I’ve always loved printing. I’ve done a lot of etching and lithography. My press may be one of the smallest in the Netherlands. I do everything myself; content, printing, illustration and binding.’ Her latest book, They all of them know, is ‘a experiment to combine letterpress and linocut.’ She loves the ‘stark, primitive technique’ of linocutting. The text is ‘a long poem by Charles Bukowski that goes on and on, a repetitive phrase about asking - only in the last line is there an answer.’ In van der Brugge’s setting, all the text is visible at first glance, as in a broaside; however, because the sheets are bound as a codex, the images are hidden until the pages are turned.Zie ook de pagina artists-books.

Interview door Janneke van der Veer

Margedrukker Noor van der Brugge

‘Woorden worden beeld op de pers’

Dit interview werd gepubliceerd in Boekenpost 102. Beeldend kunstenaar /margedrukker Noor van der Brugge (geb. 1962) is gek op boeken. Dat blijkt ook uit haar werk. Ze legt zich toe op het maken van kunstenaarsboeken - boeken in zeer kleine oplagen. Bijzondere uitgaven waarin ze vastlegt wat haar fascineert. Op een van de eerste voorjaarsdagen van dit jaar sprak ik met haar in haar atelier in Utrecht.

Het atelier is licht en sober ingericht. De werktafel is bezaaid met uit linoleum gesneden vogels. Het exemplaar van Boekenpost 100 dat ik heb meegebracht, valt open bij het artikel ‘De stropdas van de veilingmeester’ op bladzijde 26 en 27. ‘Prachtig he’, verzucht Noor van der Brugge naar aanleiding van de foto van Gerard Post van der Molen aan de pers, daarmee meteen haar fascinatie voor drukpersen uitend. Op pagina 13 valt haar oog op het logo van de afgelopen boekenweek: ‘Tjielp Tjielp’. Dat is aanleiding om van wal te steken over het boek waaraan ze momenteel werkt. ‘Ik ben bezig met een vogelboek’, vertelt ze, ‘het is een tweetalige beschrijving van vogelgeluiden, Nederlands en Engels. Het blijkt dat vogels in Engeland net iets anders zingen dan bij ons. Ik heb er met biologen over gepraat. Zelfs regionaal schijnen er verschillen te zijn. Dat intrigeert me evenals het feit dat vogelgeluiden belangrijk zijn voor mensen. Een zingende vogel doet wat met mensen. Daarbij is het een mysterie hoe vogels zingen. Ik probeer dat te begrijpen. Dat doe ik door er een boek over te maken. Tegelijkertijd weet ik dat het raadsel blijft. Je kunt het niet vastleggen, maar door ermee bezig te zijn, wordt het hanteerbaar.’ Het idee om een vogelboek te maken ontstond toen ze het boek Vogelleven (1957) van Nico Tinbergen bestudeerde. ‘Ik realiseerde me dat de vogelwereld bijzonder is. Ik kan me heel goed voorstellen dat vogelaars bijvoorbeeld ’s morgens om vier uur in het veld gaan liggen om een vogel te observeren. Prachtig die toewijding’, licht ze toe. ‘Een idee voor een boek begint meestal met iets kleins. Iets waardoor ik gegrepen word, iets wat ik wil begrijpen. Ik wil er dan iets mee doen.’

Grafiek als middel

Na de middelbare school volgde Noor de lerarenopleiding Engels en tekenen. Aansluitend ging ze naar de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, waar ze kennismaakte met de afdeling grafiek. ‘Ik was meteen helemaal weg van de persen die daar stonden’, vertelt ze, ‘het ambachtelijke ervan sprak me aan.’ De techniek is echter voor haar geen doel. Lees verder op de volgende pagina.

Cowgirl of art

Noor van der Brugge verzamelt ongerijmdheden in beeld en taal.
De discrepanties in haar gezichtsveld doen zich voor in de tijd dat ze ze waarneemt.
Die tijd rekt zich steeds verder uit, maar ieder moment van waarneming verandert de betekenis van wat ze bedenkt bij wat ze ziet.
Ze zit in de trein en kijkt op van haar boek waarin op de titelpagina bij wijze van ex libris een vaal geworden stempel staat van een cowboy in een geruit overhemd op een paard en langs het spoor vaart op het kanaal een schip voorbij met een vrouwennaam.
Om dat alles slingert ze haar blik als een lasso. Cowgirl of art.
Noor van der Brugge neemt zich voor iets te zien en de consequentie te aanvaarden van wat dat zal zijn, ook al stemt het niet overeen met waar zij haar zinnen op zet. Toch dwingt ze daarmee af wat zij zich in haar hoofd haalt. Je kunt haar werk niet in een oogopslag plaatsen. Je moet je heen en weer bewegen tussen vroeger en nu en je een idee vormen van wat daarop volgt.
Om dat karakter van haar tekeningen en grafiek te versterken, gebruikt ze graag de vorm van het boek. Die maakt ze handmatig en in kleine oplagen van 1 tot 3.

Noor van der Brugge zoekt een persoonlijke verhouding tot historische momenten en personen. Ze doet dat in een beeldtaal die het voorbijgaande van persoonlijke lotgevallen in het perspectief van de geschiedenis van de mensheid als zodanig verbijzondert. Ze maakt grote woorden klein.
In een serie tekeningen laat ze weten met welke door de tijd getekende figuren ze graag de maaltijd zou gebruiken. Ze tekent portretten van ze op restaurantpapier en rust ze uit met gebruiksvoorwerpen die hun historische rol relativeert. Zo zit ze aan tafel met de boeken die ze leest en de kunst die ze bekijkt, de muziek die ze beluistert, de filosofen die ze bevraagt.
Haar werk gaat over het kijken als verwijlen en het verwijlen als denken en het denken als bedenken. Zo bedenkt ze bijvoorbeeld wie Napoleon wel niet denkt dat hij is. Ze stelt hem vragen waar maar één antwoord op mogelijk is, maar dat antwoord geeft ze niet. Haar werk is geen retorische vraag, maar een bevestiging van wat doorgaans in twijfel wordt getrokken.
Is het werk Noor van der Brugge voor meerdere uitleg vatbaar?

Alex de Vries, 13 april 2006