teksten

 

Artikel uit BK informatie 2019

 

In de herfst van 2018 schreef ik het kunstencentrum Pushkinkaya 10 in Sint-Petersburg een verzoek voor een plaats in hun artist-in-residency en beschreef ik mijn project, een onderzoek naar de dichter Pushkin (1799-1837). In dit onderzoek wilde ik de plaatsen waar Pushkin heeft gewoond en gewerkt bezoeken, en zo mogelijk praten met literatuurwetenschappers die met zijn werk (en leven) bezig zijn. Ook wilde ik proberen uit te vinden of Pushkin in onze tijd nog steeds ‘leeft’ in Sint-Petersburg. Met als doel daar een kunstenaarsboek over te maken.Lees de rest van het artikel op de website van BK.

Artikel door Alex de Vries in Mr Motley 2019

Atelierbezoek: Noor van der Brugge


'Er moet iemand zijn die 's nachts met de brandende tak zwaait.' 


Een voormalig schoolgebouw aan de Mgr. Van de Weteringstraat in Utrecht is al tientallen jaren in gebruik als ateliercomplex met op de begane grond een kinderopvang en dansstudio. Noor van der Brugge heeft er het kleinste atelier, boven aan de trap in het voormalige conciërgevertrekje dat haar qua maat wonderwel past. De omvang is klein, maar het is wel een hoge ruimte met een groot raam dat alles wat ze maakt in een verhelderend licht zet. Het toont zich als een studievertrek, een kloostercel waar alleen het allernoodzakelijkste aanwezig is. In het geval van Noor van der Brugge is dat vooral de Boston degelpers uit 1908 waarmee zij het belangrijkste deel van haar werk maakt: handmatige kunstenaarsboeken die een combinatie zijn van tekeningen, handgeschreven tekst, loodzetsel, historische foto's en ander beeldmateriaal 

Noor van der Brugge hanteert bewust de vorm van het boek om zich als beeldend kunstenaar uit te drukken. Ze vindt de boekvorm, die al duizenden jaren oud is, een van de meest praktische, gebruiksvriendelijke, duurzame, humane, egalitaire en vooral mooie uitingsvormen die er is. Het boek is draagbaar, het ritme van de bladzijden benadrukt het tijdsaspect, het omslaan van de pagina’s ziet ze telkens als een mini cliffhanger: je weet nog niet wat de volgende bladzijde brengt. Ze kan daardoor een associatieve vorm van het verbeelden van gedachten inzetten. Motieven die ze in het begin van het boek introduceert, komen in aangepaste vorm weer terug of krijgen een nabeeld op de volgende pagina’s. Belangrijk voor haar is dat het geen opdringerige vorm heeft: het boek kan ook dicht. Ze ziet het boek als een scharnier tussen haar binnenwereld en de buitenwereld. De vraag die volgens haar ieder boek stelt is: “Hoe te leven?” Ze geeft in ieder boek dat ze maakt daar een voorlopig antwoord op. Lees verder op de volgende pagina.


Recensie: Noor van der Brugge – Freud’s Cigars

Jur Koksma | 08/02/2018 TZUM literair weblog


Jetzt sind wir frei
Men moet een boek niet beoordelen aan de kaft, zo wil het gezegde. Schoonheid van buiten en van binnen liggen immers lang niet altijd op één lijn. Maar doe het vooral wel wanneer je Freud’s Cigars (The Yeats Sisters Press, 2017) van Noor van der Brugge in handen hebt.
Om te beginnen heeft de buitenkant zelf een interessante binnenkant. De fraaie vouwwijze van het omslag maakt dat een strook groen van de binnenzijde nu een breed venster vormt midden in het verder witte voorblad. Een beetje van binnen is zo buiten geworden en biedt weer uitzicht naar… binnen. Het is alsof je in een kijkhut zit en je opgenomen waant in de wereld die je bespiedt. Toen ik het boek in handen kreeg, kon ik de aandrang niet weerstaan meteen het omslag eraf te halen en uit te vouwen. De reep groene penseelstreken kwam los van zijn kader en werd onderdeel van een landschap, of wacht, het was een kruin van een boom. In de hoeken van een denkbeeldig vierkant stonden er vier woorden: jetzt, sind, wir en frei. Wie als kind in bomen geklommen heeft, kent het vrijheidsgevoel van de boomkruin: tussen ruisend blad je kop in een bries steken vanuit een wiegende tak.
Om de nazi’s te ontvluchten stapte Sigmund Freud op zaterdag 4 juni 1938 op de Oriënt Express van Wenen naar Parijs, met zijn Martha en zijn Anna, met een dokter en een dienstmeid, en natuurlijk met zijn chowchow Lün. Toen ze de Rijn overstaken en Duitsland achter zich lieten, zou Freud gezegd hebben: “Nu zijn we vrij.” Lees verder op de volgende pagina.

 

FREUD'S CIGARS

Uitgesproken in het Centraal Museum Utrecht op vrijdag 13 oktober 2017 door Cornel Bierens

 

Dames en heren,

Toen ik ter voorbereiding van dit praatje mijn Freudboeken weer eens doorbladerde vond ik ergens tussen de pagina's een knipseltje uit een NRC van jaren geleden. Het was een zogenoemd ikje, een anekdote van een lezeres met de titel Kleine Oedipus. Ik lees het even voor.
'Tijdens mijn studie psychologie heb ik kennisgemaakt met de psychoanalytische theorie van Freud en deze gelijk verworpen omdat de onderbouwing weinig empirisch was. Fallische fase, droomduiding en oedipuscomplex: het leken me waardeloze concepten.
Nu, jaren later, heb ik een zoon van vier. Af en toe vertelt Oek me dat hij verliefd op me is en dan fluistert hij romantisch in mijn oor: "Ik ga morgen met je trouwen."
Jaloers is mijn man niet, maar de tweede plaats voelt onverdiend. Zondagochtend vertelt Oek bij het opstaan: "Ik heb over jou gedroomd, papa." Verheugd spitst papa zijn oren om de rest te horen: "Jij was een banaan en ik heb je opgegeten." '
Het verhaaltje geeft prachtig weer hoe de vlag erbij hangt in Freudland. Zijn theorieën doen we graag af als pretentieuze onzin, en toch moeten we van tijd tot tijd toegeven dat er wel degelijk een waar- heid in schuilt. Een moeilijke combinatie, die dan ook tot een steeds weer oplaaiende loopgravenoorlog heeft geleid. De ene partij spreekt ongeremd van Sigmund Fraud, van kwakzalver, charlatan, mythomaan en zelfs pathologische leugenaar. De andere partij gedraagt zich als een gesloten sekte van geloofsijveraars met hele lange tenen. De bron van dit conflict ligt zonder twijfel bij Freud zelf, die maar al te goed wist dat hij niet voldeed aan academische maatstaven.
'Ik ben niet echt een wetenschapper,' bekende hij in een brief, 'geen waarnemer, geen experimentator en geen denker. Mijn temperament is dat van een conquistador, een avonturier.' Evengoed claimde hij systematisch een wetenschappelijke status voor zijn ideeën, om ze zo een hoger prestige te bezorgen. Hij zei zelfs te verwachten dat er ooit een biochemische basis voor zijn bevindingen zou worden aangetoond.
Als hij niet zo gepocht had op de onweerlegbaarheid van zijn theorieën zou hem veel professorale hoon bespaard zijn gebleven. Wat dat betreft verschilt hij hemelsbreed van bijvoorbeeld Nietzsche, toch ook een groot psycholoog met een enorme eigendunk. Maar bij hem ben je al in de lach geschoten voor je op het idee komt om hem om een bewijs te vragen. Welke lezer van Nietzsche roept wantrouwig uit:
'Dus jij durft te beweren dat God dood is? Zou je dan niet eerst eens bewijzen dat God ooit heeft geleefd?' Terwijl je bij dokter Freud, als die zegt dat er iets mis is met je libido, al gauw vraagt: 'O ja? En waar zit dat libido dan?'Lees verder op de volgende pagina.

Uit:Juryrapport Kunstliefde prijs 2017

 

Wij waren blij verrast door de durf en kwaliteit van het werk van Noor van der Brugge dat zij in de expositie Nieuwe Liefde toonde: ze maakt kunstenaarsboeken in een zeer beperkte oplage, soms zelfs unieke exemplaren. Daarbij doet ze alles zelf; de tekeningen, de illustraties, de keuze van de al of niet door haar zelf gemaakte teksten, de typografie, het printen, binden, vormgeven en vooral het verhaal waarbij grote woorden klein worden gemaakt, herkenbaar en toegankelijk. Ze laat de verbeelding werken. Menselijke maat, humoristisch en met verhaallijnen die door de kunsthistorische geschiedenis dwalen zoals in het werk dat ze in Kunstliefde liet zien: Walking with Giacometti through Venice. Ook de losse tekeningen van Noor zijn juweeltjes op zichzelf.
We hebben van Noors werk dat zij bij de expositie Nieuwe Liefde toonde, genoten.
Kunstliefde mag trots zijn haar in haar bestand te hebben opgenomen. We verwachten veel van haar in de toekomst, binnen en buiten Kunstliefde.

Jaap Roëll, Berthe Schoonman, Arna Loonstra

Article by Nancy Campbell

Beyond the Margins

The Yeats Sisters Press

Private presses Nancy Campbell tours the Netherlands to find the cream of its printmaking artists and its numerous active printing studios.

Water is a recurent image in the work of Noor van der Brugge, who runs The Yeats Sisters Press. ‘I take the train to visit het Utrecht studio, following the route of the Amsterdam-Rijn Canal, a journey that inspired one of van der Brugge’s books. ‘Vice Versa is a collection of ships’ names. I was teaching in Amsterdam, so I went there three times a week. In january I decided I would note down the first ship I saw from the train each day, along with the time and the weather. I collected these these notes for the rest of the year. It became a moment of reflection.’ Vice Versa is a long book, bound in landscape format, so that it resembles the barges that drift along the canal. Although the information provided is minimal and purely typographic, few words create a concrete poem in a manner reminiscent of Ian Hamilton Finlay’s work. Van der Brugge had been printing for some time before the growing use of text in het work led her to investigate letterpress. ‘I’ve always loved printing. I’ve done a lot of etching and lithography. My press may be one of the smallest in the Netherlands. I do everything myself; content, printing, illustration and binding.’ Her latest book, They all of them know, is ‘a experiment to combine letterpress and linocut.’ She loves the ‘stark, primitive technique’ of linocutting. The text is ‘a long poem by Charles Bukowski that goes on and on, a repetitive phrase about asking - only in the last line is there an answer.’ In van der Brugge’s setting, all the text is visible at first glance, as in a broaside; however, because the sheets are bound as a codex, the images are hidden until the pages are turned.Zie ook de pagina artists-books.

Interview door Janneke van der Veer

Margedrukker Noor van der Brugge

‘Woorden worden beeld op de pers’

Dit interview werd gepubliceerd in Boekenpost 102. Beeldend kunstenaar /margedrukker Noor van der Brugge (geb. 1962) is gek op boeken. Dat blijkt ook uit haar werk. Ze legt zich toe op het maken van kunstenaarsboeken - boeken in zeer kleine oplagen. Bijzondere uitgaven waarin ze vastlegt wat haar fascineert. Op een van de eerste voorjaarsdagen van dit jaar sprak ik met haar in haar atelier in Utrecht.

Het atelier is licht en sober ingericht. De werktafel is bezaaid met uit linoleum gesneden vogels. Het exemplaar van Boekenpost 100 dat ik heb meegebracht, valt open bij het artikel ‘De stropdas van de veilingmeester’ op bladzijde 26 en 27. ‘Prachtig he’, verzucht Noor van der Brugge naar aanleiding van de foto van Gerard Post van der Molen aan de pers, daarmee meteen haar fascinatie voor drukpersen uitend. Op pagina 13 valt haar oog op het logo van de afgelopen boekenweek: ‘Tjielp Tjielp’. Dat is aanleiding om van wal te steken over het boek waaraan ze momenteel werkt. ‘Ik ben bezig met een vogelboek’, vertelt ze, ‘het is een tweetalige beschrijving van vogelgeluiden, Nederlands en Engels. Het blijkt dat vogels in Engeland net iets anders zingen dan bij ons. Ik heb er met biologen over gepraat. Zelfs regionaal schijnen er verschillen te zijn. Dat intrigeert me evenals het feit dat vogelgeluiden belangrijk zijn voor mensen. Een zingende vogel doet wat met mensen. Daarbij is het een mysterie hoe vogels zingen. Ik probeer dat te begrijpen. Dat doe ik door er een boek over te maken. Tegelijkertijd weet ik dat het raadsel blijft. Je kunt het niet vastleggen, maar door ermee bezig te zijn, wordt het hanteerbaar.’ Het idee om een vogelboek te maken ontstond toen ze het boek Vogelleven (1957) van Nico Tinbergen bestudeerde. ‘Ik realiseerde me dat de vogelwereld bijzonder is. Ik kan me heel goed voorstellen dat vogelaars bijvoorbeeld ’s morgens om vier uur in het veld gaan liggen om een vogel te observeren. Prachtig die toewijding’, licht ze toe. ‘Een idee voor een boek begint meestal met iets kleins. Iets waardoor ik gegrepen word, iets wat ik wil begrijpen. Ik wil er dan iets mee doen.’

Grafiek als middel

Na de middelbare school volgde Noor de lerarenopleiding Engels en tekenen. Aansluitend ging ze naar de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, waar ze kennismaakte met de afdeling grafiek. ‘Ik was meteen helemaal weg van de persen die daar stonden’, vertelt ze, ‘het ambachtelijke ervan sprak me aan.’ De techniek is echter voor haar geen doel. Lees verder op de volgende pagina.

Cowgirl of art

door Alex de Vries

Noor van der Brugge verzamelt ongerijmdheden in beeld en taal.
De discrepanties in haar gezichtsveld doen zich voor in de tijd dat ze ze waarneemt.
Die tijd rekt zich steeds verder uit, maar ieder moment van waarneming verandert de betekenis van wat ze bedenkt bij wat ze ziet.
Ze zit in de trein en kijkt op van haar boek waarin op de titelpagina bij wijze van ex libris een vaal geworden stempel staat van een cowboy in een geruit overhemd op een paard en langs het spoor vaart op het kanaal een schip voorbij met een vrouwennaam.
Om dat alles slingert ze haar blik als een lasso. Cowgirl of art.
Noor van der Brugge neemt zich voor iets te zien en de consequentie te aanvaarden van wat dat zal zijn, ook al stemt het niet overeen met waar zij haar zinnen op zet. Toch dwingt ze daarmee af wat zij zich in haar hoofd haalt. Je kunt haar werk niet in een oogopslag plaatsen. Je moet je heen en weer bewegen tussen vroeger en nu en je een idee vormen van wat daarop volgt.
Om dat karakter van haar tekeningen en grafiek te versterken, gebruikt ze graag de vorm van het boek. Die maakt ze handmatig en in kleine oplagen van 1 tot 3.

Noor van der Brugge zoekt een persoonlijke verhouding tot historische momenten en personen. Ze doet dat in een beeldtaal die het voorbijgaande van persoonlijke lotgevallen in het perspectief van de geschiedenis van de mensheid als zodanig verbijzondert. Ze maakt grote woorden klein.
In een serie tekeningen laat ze weten met welke door de tijd getekende figuren ze graag de maaltijd zou gebruiken. Ze tekent portretten van ze op restaurantpapier en rust ze uit met gebruiksvoorwerpen die hun historische rol relativeert. Zo zit ze aan tafel met de boeken die ze leest en de kunst die ze bekijkt, de muziek die ze beluistert, de filosofen die ze bevraagt.
Haar werk gaat over het kijken als verwijlen en het verwijlen als denken en het denken als bedenken. Zo bedenkt ze bijvoorbeeld wie Napoleon wel niet denkt dat hij is. Ze stelt hem vragen waar maar één antwoord op mogelijk is, maar dat antwoord geeft ze niet. Haar werk is geen retorische vraag, maar een bevestiging van wat doorgaans in twijfel wordt getrokken.
Is het werk Noor van der Brugge voor meerdere uitleg vatbaar?

Alex de Vries, 13 april 2006